Wanneer er na een sondeeronderzoek nog vragen openblijven, wordt
doorgaans besloten om boringen uit te voeren. Meestal is nog meer
informatie nodig over de mechanische eigenschappen van de grond (zoals
de samendrukbaarheid en sterkte-eigenschappen) en de stijghoogten van
het grondwater in de verschillende lagen. Als de mechanische
eigenschappen van de grond moeten worden onderzocht, worden ongeroerde
grondmonsters genomen, waarop in een geotechnisch laboratorium proeven
kunnen worden gedaan. Het draagvermogen van de grond wordt afgeleid uit
de grondsoort en uit waarnemingen van de boormeester tijdens het
boorproces. Hij classificeert de grond naar grondsoort (zand, grind,
klei, veen) en geeft daarbij vaak informatie over de consistentie (slap,
stijf, los, vast en dergelijke).
De Nederlandse boormeester Ackermann kwam met het idee van een
dunwandige stalen bus van veertig centimeter lengte en 66 millimeter
diameter, die aan de bovenzijde is voorzien van een terugslagklep om te
voorkomen dat het monster tijdens het trekken uit de steekbus valt. Dit
is tegenwoordig de meest gangbare techniek voor geotechnische
monstername.
GWTR kan deze monsters voor u nemen met behulp van de aqualock 50 mm of
70 mm. Het is ook mogelijk om dit te doen met de Ackermann steekbussen.
Dit wordt uitgevoerd in combinatie met de compact roto
sonic.
Nieuws
December 2011
Eerste hamerboor-machine op campinggas in Nederland, ook voor
monstername.